Iris

Pastoor en erfenis

In een vorige column heb ik aangegeven dat sommige mensen geen erfgenaam mogen zijn. Niet omdat zij de weelde niet kunnen dragen, maar simpelweg omdat zij een bepaalde functie hebben. Het voorbeeld dat ik gebruikte was een arts die niet van een patiënt mag erven omdat een arts in een dusdanige positie zit dat hij een patiënt kan beïnvloeden.

Behandelend geneesheer en jouw doodsoorzaak
Maar als de arts niet de zogeheten behandelend geneesheer is, dan wordt het een ander verhaal. Er kan dan geen sprake zijn van een ongelijke relatie tussen de patiënt en de arts. Stel, je hebt een goede vriend die toevallig orthopedisch chirurg is en jij wilt hem iets nalaten bij je overlijden, dan is dat geen enkel probleem. Zolang hij jou maar niet behandelt wanneer je overlijdt.

Ik moet zelfs nog iets specifieker zijn: hij mag je best behandelen maar niet voor de ziekte waaraan jij overlijdt. Is jouw doodsoorzaak een longontsteking, maar heeft je vriend je kort voor je overlijden nog geopereerd aan een ingegroeide teennagel, dan mag hij nog steeds van jou erven.

Pasto(o)r en jouw erfenis
In hetzelfde wetsartikel waarin het verbod staat voor een behandelend arts om voordeel te genieten na het overlijden van een patiënt staat het zelfs nog genuanceerder. Jouw arts of jouw geestelijke verzorger (zoals een pastoor) mag geen geldelijk voordeel hebben doordat jij een testament hebt opgesteld tijdens de ziekte waaraan je overlijdt.

Wat er met dat laatste bedoeld wordt, is duidelijk geworden in een zaak die door de Rechtbank Oost-Brabant is behandeld. Het ging hier niet om een arts maar om een Rooms-Katholieke pastor.

De pastoor had de overledene geestelijk bijgestaan gedurende de laatste maanden van haar leven. Zes maanden nadat zij te horen had gekregen dat zij terminale kanker had, overleed zij in een hospice. Na haar uitvaart bleek dat zij in een testament had laten vastleggen dat de pastoor haar enige erfgenaam was.

De discussie bij de rechter richtte zich op de vraag of er hier sprake was van een testament dat gedurende de ziekte waaraan de patiënt was overleden was opgesteld. De rechter besliste van niet omdat het testament viereneenhalf jaar vóór het overlijden was opgesteld, terwijl de overledene kort (namelijk zes maanden) aan kanker had geleden.

De pastoor mocht van de rechter dus de gehele erfenis ontvangen.

Gedragscode Pastoraat
In mijn vorige artikel over de fysiotherapeute die onterecht geld uit de erfenis van een patiënt aannam, bleek dat er een tuchtrechtelijk staartje was.

Wellicht dat dit voor deze pastoor ook nog het geval is. Er bestaat namelijk een Gedragscode Pastoraat. In artikel 1.6 staat een ruimer verbod dan in de wet, want er mogen onder meer geen erfenissen worden aanvaard van personen tot wie hij in een pastorale betrekking staat via zijn opdracht binnen de Kerk.

In deze regeling is volgens mij niet aangegeven wanneer die relatie er moet zijn. Zoals beschreven, geeft de wet aan dat de geestelijke bijstand verleend moet zijn gedurende het ziekteproces. De gedragscode is niet zo beperkt, dus de pastorale relatie kan ook zich eerder hebben voorgedaan. Bijvoorbeeld op het moment dat het testament werd opgesteld.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.
Mr. Ernst Loendersloot
kandidaat notaris te Maastricht
Telefoon 043-3509950

Categories: Blog.