Iris

Inkomstenbelasting over erfenis

Excuses
Die zou de wetgever eigenlijk moeten aanbieden omdat een obscuur wetsartikel nog steeds voor de Inkomstenbelasting (IB) geldt maar onbedoelde gevolgen heeft voor een hele andere belastingheffing, namelijk de erfbelasting (vastgelegd in de Successiewet (Sw)).

Gelukkig treft het niet veel mensen, maar de gevolgen kunnen wel groot zijn.

Daarom besteed ik in deze column toch aandacht aan artikel AK en volgende van de overgangsregeling Inkomstenbelasting 2001.

Wat moest er geregeld worden?
Per 1 januari 2001 is de nieuwe IB ingevoerd. Vóór die tijd werd ook de rente op vermogen (zoals spaargeld) belast. Vanaf die datum is die heffing afgeschaft (maar betaalt u simpel gezegd 1,2%  belasting over uw vermogen).

Slimme belastingadviseurs hebben in de aanloop naar die wetswijziging hun klanten geadviseerd om hun vermogen zó te beleggen dat de rente pas ná nieuwjaarsdag 2001 zou worden ontvangen. Bij ontvangst in 2000 zou er namelijk wél belasting over de rente betaald moeten worden. Door de bijschrijving van die rente over het jaar heen te tillen zou de nieuwe wet van toepassing zijn en zou belastingheffing achterwege blijven.

Helaas had de wetgever dat ook door en werd op een laat moment een speciale overgangsregeling opgenomen in onder meer artikel AK. Als de na 1 januari 2001 ontvangen rente eigenlijk toe te rekenen was aan voorgaande jaren, dan zou de rente toch volgens het oude systeem belast worden.

Oude langstlevende testamenten lagen onder vuur. Maar een oplossing werd gevonden
Gelukkig realiseerde de wetgever zich nog iets anders. Vóór 1 januari 2001 hebben veel mensen een zogeheten Langstlevende testament opgemaakt. De kinderen kregen daardoor bij het overlijden van de eerste ouder alleen iets op papier, namelijk een vordering op de langstlevende ter grootte van hun kindsdeel. Over die vordering kregen ze bijna altijd ook een rente vanaf het overlijden tot aan het moment van uitbetalen.

Was bijvoorbeeld vader overleden in 1995 en moeder in 2003, dan kregen de kinderen hun vadersdeel met rente uitbetaald in 2003. Maar volgens de nieuwe IB zou de rente over de jaren 1995 tot 2001 (invoering nieuwe IB) bij de kinderen belast worden met inkomstenbelasting volgens de regels van vóór 2001.

Sommige oude langstlevende testamenten liggen nog steeds onder vuur. Ondanks de in de wet opgenomen oplossing
Omdat dat niet de bedoeling was van de wetgever, werd er een uitzondering geschreven op artikel AK van de overgangsbepalingen IB 2001. Simpel gezegd komt die er op neer dat de rente niet belast is als degene(n) die de rente moet(en) betalen (de erfgenamen van de langstlevende) dezelfde(n) zijn als de schuldeisers (de erfgenamen van de ouder die het eerst overleed). Door de zogeheten schuldvermenging gaat de vordering (en de verschuldigde rente) namelijk teniet. Simpel gezegd: de kinderen betalen zichzelf, oftewel een onbelaste vestzak/broekzak-situatie.

De wettelijke oplossing werkt niet in alle gevallen
Ik neem weer dezelfde situatie waarbij vader (hierna ook: opa) in 1995 overleed en een langstlevende testament had. Zijn vermogen gaat naar zijn weduwe (hierna ook: oma) en hun twee kinderen (een zoon en dochter) hebben een claim op hun moeder waarover ze (achteraf) ook nog rente zullen ontvangen.

In 2003 overlijdt echter niet moeder, maar haar oudste zoon. Dit kind was op dat moment getrouwd en had zelf drie kinderen (hierna ook: kleinkinderen).

De overleden zoon had geen testament, waardoor de wettelijke langstlevende regeling van toepassing was. Gevolg: de claim op moeder gaat naar zijn echtgenote (de schoondochter).

In 2013 overlijdt oma en moet alles afgewikkeld worden. De erfgenamen van oma zijn haar dochter en haar drie kleinkinderen die in de plaats van haar zoon erven.

Maar vadersdeel met de rente van 1995 tot 2013 moet eerst nog afbetaald worden. Voor haar dochter is dat geen probleem. Zij is zowel de schuldeiser (want erfgenaam van opa) als erfgename van oma. Dus is er sprake van schuldvermenging en blijft heffing van IB over de rente achterwege.

Maar voor de schoondochter en de drie kleinkinderen geldt de regeling van schuldvermenging niet. De kleinkinderen zijn weliswaar erfgenamen van oma, maar de schoondochter heeft de vordering vanwege vadersdeel gekregen toen haar man overleed. Zij is dus de schuldeiser en ontvangt rente over een claim die al op 1 januari 2001 bestond !

De schoondochter zal dus een aanslag IB tegemoet kunnen zien.

Is er een oplossing?
Ongeacht hoe goed of slecht de relatie tussen oma en schoondochter is, denk ik dat niemand in de familie wil dat de fiscus hier bovenop de erfbelasting nog eens inkomstenbelasting ontvangt.

Gelukkig heb ik een oplossing, maar dan moet oma wel in staat zijn om hieraan mee te werken. Zij zal namelijk in haar testament een regeling moeten opnemen. Helaas voert het hier te ver om daarop uitgebreid in te gaan.

En ook ik bied u mijn excuses aan. Maar dan vanwege het feit dat dit een erg lang stuk is geworden. Maar: leuker kan ik het niet maken en makkelijker (helaas) ook niet.

Wil je hierover wat laten weten, stuur dan een mail.

Mr. Ernst Loendersloot
kandidaat notaris te Maastricht
Telefoon 043-3509950

 

Categories: Blog.